Geachte minister,

Wat zou u uit uw winkelkar nemen als u aan de kassa plots te horen krijgt dat u een derde eruit moet halen? De verse groenten? De huishoudproducten? Of zou u opteren om van alles iets achter te laten in de hoop dat u aan het einde nog voldoende overhoudt om aan uw basisbehoeften te voldoen? Dát is helaas de keuze waar u ons, de bovenlokale musea, vandaag voor stelt. Alleen kunnen wij niet simpelweg goedkoper winkelen. Een besparing van 30 % betekent keuzes maken over wat er uit de kar dreigt te vallen: personeel, tentoonstellingen, beheer van de collectie, onderzoek, educatie, …

Maar laten we onszelf nog eens voorstellen. Want we denken dat u ons na twee jaar nog steeds niet goed kent. Bovenlokale musea zijn 27 collectiebeherende instellingen, verspreid over heel Vlaanderen, vaak lokaal verankerd, maar met een bovenlokale, landelijke en zelfs internationale uitstraling. Voor velen zijn wij een eerste kennismaking met een museum, van scholen tot lokale organisaties, van anderstalige nieuwkomers tot mensen met dementie. Elk van ons zet zich dag en nacht in voor het bewaren van en doorgeven van kennis over heel diverse collecties.

Samen maken we deel uit van een fijnmazig netwerk waarin elke speler bijdraagt tot het geheel. Ook in uw Strategische Visienota Kunsten en Cultuur Erfgoed onderstreept u het belang van die samenhang en continuïteit. Een cultureel ecosysteem kan immers alleen bloeien wanneer we het in zijn volle complexiteit erkennen en ondersteunen.

Maar waar is deze continuïteit? Met deze besparing kiezen u en de Vlaamse Regering integraal voor een verschraling van dat museale landschap. Want zo’n ongeziene besparing heeft reële en desastreuze gevolgen, voor de mensen die er dagelijks met veel passie werken, voor collecties én voor bezoekers. U kiest er doelbewust voor om de zuurstofkraan dicht te draaien. 30 % is geen extraatje, maar raakt elk van onze organisaties in het hart van de werking.

We kunnen dan ook niet anders dan concluderen dat dit een doelbewuste keuze is. Wil de Vlaamse Regering nog inzetten op een bovenlokale cultuurwerking? Bij de afslanking van de provincies werd de belofte gemaakt dat het wegvallen van dit provinciale intermediaire niveau voor cultuur niet ten koste mocht gaan van de diversiteit in de cultuursector. We stellen vandaag iets anders vast.

Want hoeveel bovenlokale musea zullen deze besparing overleven? De opdracht wordt alleen maar groter, de middelen schaarser. Door de voorziene besparing op het gemeentefonds zal de financiële druk op de musea alleen maar toenemen, hetgeen in vele gevallen een dubbele besparing betekent. En wie denkt dat het zo’n vaart wel niet zal lopen, hoeft maar te kijken naar het trieste lot van het Eperon d’Or in Izegem. Misschien was het toen al een teken aan de wand dat het windstil bleef vanuit uw kabinet.

Mevrouw de minister, u beschouwt cultuur als een universeel recht voor iedereen. U schreef in uw visienota: “Kunst en erfgoed zijn niet de luxe van wie tijd over heeft. Ze zijn een noodzakelijke vorm van menselijkheid.” Maar onze winkelkar geraakt leeg, met erfgoedhonger tot gevolg. Ons huishouden dreigt in elkaar te storten. Zo ontneemt u toekomstige generaties de kans om op een laagdrempelige manier kennis te maken het rijke verleden dat we samen koesteren.

Maar misschien kunnen wij als bovenlokale instellingen een museum oprichten voor de gebroken beloftes van de Vlaamse Regering.

Namens de 27 bovenlokale musea die u met deze besparing treft.

Categorieën: Nieuwsberichten